Gebruik mondkapjes

Indien er mondkapjes worden ingevoerd dan geldt hiervoor het volgende advies

  • Zorg voor voldoende voorraad
  • Kies voor mondkapjes die zowel mond als neus goed afsluiten
  • Instrueer de medewerkers goed over het juiste gebruik
  • Vervang de kapjes meerdere malen per dag (afhankelijk van de omstandigheden)

 

Er zijn verschillende type mondmaskers:

Maskers ter voorkoming van besmetting naar anderen: chirurgische maskers.
Deze zorgen dat bij hoesten e.d. de daarbij vrijkomende druppeltjes grotendeels binnen dat mondmasker blijven, waardoor de kans op besmetting van anderen sterk verkleind wordt.
Maskers ter voorkoming dat je zelf besmet wordt: FFP3-filtermaskers (FilteringFacepiece  Particle klasse 3, de hoogste klasse).
Deze zijn in het algemeen bij het grote publiek niet nodig, maar wel bij mensen die zieke geïnfecteerde patiënten verzorgen. Soms wordt daarbij ook gekozen voor FFP2 filtermaskers. Het vangstrendement van deze is echter minder groot dan van FFP3-maskers en geeft dus een kleinere protectie.
Daarnaast zijn er Airstreammaskers en volgelaatsmaskers. Deze geven in het algemeen een betere bescherming dan filtermaskertjes, mits er in de volgelaatsmakers de juiste stoffilters zitten. Maar het dragen van volgelaatsmaskers is fysiek zeer zwaar en bovendien een veel te zware maatregel: Corona is geen Marburg- of Ebolavisrus dat opgekweekt wordt.

Het gebruik van mondkapjes luistert erg nauw. Zo moeten het de juiste kapjes zijn, die zowel mond als neus goed afsluiten. Bovendien moeten de kapjes meerdere malen per dag vervangen worden. De frequentie van vervanging is afhankelijk van de omstandigheden (de grootte van de werkruimte, het aantal medewerkers in de directe omgeving, het ventilatievoud van de ruimte). In ieder geval dienen zij te worden vervangen als de ademweerstand te hoog oploopt. Bedrijven die met de mondkapjes gaan werken, moeten dus een zeer ruime voorraad inslaan. Ook moeten ze de medewerkers goed instrueren over het juiste gebruik.

Als er chirurgische maskers worden gebuikt (ter bescherming van anderen), moeten daarin natuurlijk geen uitademventielen zitten (om het uitademen te vergemakkelijken).

Als er FFP2 of FFP3- maskers worden gebruikt ter bescherming van zichzelf en deze tevens gebruik worden ter bescherming van anderen, dan moeten ook daarin geen uitademventielen zitten. Het gevolg van het niet hebben van uitademventielen in het masker is dat de uitademingslucht ook door het filtermateriaal moet worden uitgeblazen hetgeen meer energie kost. Fysiek is dit dus een grotere belasting.

Terug naar overzicht